Puur genieten
ge·nie·ten (werkwoord; genoot, heeft genoten)
1ontvangen, krijgen: een salaris genieten van …
2genot hebben, zich vermaken: wat heb ik genoten!
Sieraden
sie·raad (het; o; meervoud: sieraden)
1iets dat de schoonheid verhoogt
2voorwerp van edelmetaal, gezette edelsteen enz. waarmee men zich tooit
Een sieraad of juweel (ook: tooi ) is elk object (met uitzondering van kleding) dat op het lichaam wordt gedragen (of hoofdzakelijk dient om op het lichaam te dragen) met de bedoeling dat te verfra...
Luxe vakanties
va·kan·tie (de; v; meervoud: vakanties)
1periode waarin geen lessen worden gegeven: de grote vakantie; zomervakantie, herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, carnavalsvakantie, paasvakantie, tulpvakantie, pinkstervakantie
2jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden
3reis naar en verblijf elders voor zijn plezier: op vakantie ...
Bolides
bo·li·de (de; v(m); meervoud: bolides, boliden) 1raceauto
Een auto of automobiel (van Grieks auto- ("zelf") en Latijn mobile ("bewegend")) is een zelfstandig voortbewegend rijtuig om mensen, voorwerpen en/of dieren te verplaatsen.
Voor de aandrijving worden hoofdzakelijk verbrandingsmotoren toegepast. Alternatieve aandrijvingen zijn de hybride aan...
Resideren
re·si·de·ren (werkwoord; resideerde, heeft geresideerd)
1wonen, m.n. van een vorst
Een residentie is, letterlijk, een plaats waar iemand of iets verblijft.
De term slaat doorgaans op de al dan niet officiële woning (ambtswoning, paleis) van een persoon met een (hoge) functie.
Daarnaast wordt de term gebruikt voor een gebied in het vroe...















